Iedereen wandelt ineens, en bijna niemand kijkt naar wat eronder zit

Geschreven door Yvette

In onze appgroep is de vrijdagborrel stilletjes vervangen door een rondje van tien kilometer op zondagochtend. Niemand heeft dat besloten. Het gebeurde gewoon, ergens tussen twee winters in, en inmiddels staat er in de agenda van vier vrouwen een afspraak waar eerst een terras stond.

Wat me elke keer opvalt is wat er aan onze voeten zit. Drie van de vier lopen op sneakers die voor de sportschool zijn gekocht. Ik ook, tot de zondag dat ik bij een afdaling in de Kennemerduinen op mijn hiel omhoog kwam en er niets was dat me tegenhield.

Wandelen is geen tussendoortje meer

Dit is geen modegril die volgend jaar weer weg is. Volgens de wandelbond KWbN, die zich baseert op het sportdeelnameonderzoek van NOC*NSF met cijfers tot en met 2018, is wandelen onder vrouwen de meest beoefende sport van Nederland, en over het geheel genomen de tweede na fitness. Het was toen ook de sport die het hardst was gegroeid.

Toch behandelen we het nog steeds als iets wat je erbij doet. Voor hardlopen kopen we schoenen, voor pilates een matje, en voor het ding dat we het vaakst doen pakken we wat er in de gang staat. Dat past in een patroon dat ik eerder beschreef in dit stuk over comfort en stijl, waarin vrouwen zichzelf structureel op de tweede plaats zetten zodra de keuze tussen die twee ligt.

De schoenen die je al hebt zijn ergens anders voor gemaakt

Kijk eens goed naar wat er bij je voordeur staat. Grote kans dat het een paar laarzen zijn met een klein hakje en een gladde zool, of loafers waar je zo in stapt. Die dingen zijn hun geld waard en ik draag ze zelf de hele week.

Alleen zijn ze gebouwd voor stoep en parket. Een laars van Lazamani doet het uitstekend op de kade en in het café, want de zool is vlak genoeg om er strak uit te zien en de leest is smal genoeg om er netjes bij te lopen. Precies die twee eigenschappen werken tegen je zodra je op een nat, aflopend bospad terechtkomt en je voet naar voren begint te schuiven.

Een schoen is geen algemeen ding dat overal een beetje mee kan. Hij is voor één ondergrond gemaakt en op de rest gedoogd.

Waar het bij een wandelschoen echt om draait

Het klinkt technischer dan het is. Je let op drie dingen.

De zool moet blokken hebben die diep genoeg zijn om zich in zachte grond te drukken, want daar zit je grip op nat blad en zand. De schoen moet in de lengte buigen bij de bal van je voet en verder nergens, zodat hij niet om een boomwortel heen vouwt. En de hiel moet je voet vasthouden, want als je hiel omhoog komt bij het afzetten krijg je een blaar, hoe goed de rest ook past.

Verder is er het punt van de leest. Een damesmodel is iets anders dan een herenschoen in maat 39, want de verhoudingen tussen hiel, wreef en voorvoet liggen niet gelijk, en dat verschil bepaalt of je na acht kilometer nog vrolijk bent. Wie wil weten waar hij verder op moet letten voor hij iets bestelt, komt een eind met wat KEEN daarover schrijft, inclusief het stuk over pasvorm en waterdichtheid.

Een wandelschoen die je niet mooi vindt blijft in de gang staan, en dan wandel je niet.

Waar de meeste blaren vandaan komen

Je kunt driehonderd euro aan schoenen uitgeven en het alsnog verpesten met de sokken die toevallig boven op de stapel lagen.

Bijna elke blaar begint bij wrijving op een vochtige huid, en een katoenen sok levert allebei. Hij blijft nat zolang je loopt en gaat dan meebewegen met je voet in plaats van met je schoen. Een merinowollen wandelsok van Sockwell of een vergelijkbaar merk voelt droger aan en is bovendien dikker gebreid op de plekken waar je schoen tegen je voet duwt.

Trek ze aan in de winkel als je gaat passen. Een halve maat verschil merk je pas als je de goede sok aanhebt.

Regen is geen reden om af te zeggen

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we in november weleens afhaken. Zeven uur, donker, tikkende ruiten. Dan gaat er iemand appen dat het misschien beter een andere keer kan.

Voor een kort rondje in de stromende regen zijn de hoge rubberlaarzen van Hunter prima, en ze zien er in de motregen ook nog aardig uit. Voor de volle tien kilometer kies je ze niet, omdat een rubberzool nauwelijks demping heeft en je onderbenen daar op de terugweg het meest van merken.

Wat bij ons uiteindelijk werkt is dat er iemand toch voor de deur staat. Dan trek je aan wat je hebt liggen, en dan is het maar goed dat dat het juiste paar is.

DIT VIND JE MISSCHIEN OOK LEUK